Wie op een koele avond buiten zit, wil dat het vuur snel op gang komt en er gezellig uitziet. Elzenhout past precies bij dat moment. Het is lichter dan eiken of beuken, vat vlot vlam en geeft een rustige, heldere vlam met weinig rook als het goed droog is. Hieronder leest u wat elzen bijzonder maakt en hoe u het slim inzet.
Wat elzenhout anders maakt dan zwaar hardhout
Els groeit van nature op natte grond, langs sloten en in broekbossen. Het hout is relatief zacht en heeft een lagere dichtheid dan eik, beuk of haagbeuk. Daardoor brandt het sneller op, maar het komt ook veel sneller op temperatuur. Voor een vuurkorf die vooral sfeer moet geven is dat juist prettig: u hoeft niet lang te wachten voordat er echte vlammen zijn.
Elzen bevat weinig hars. Het spat daardoor nauwelijks en geeft weinig vonken, iets wat u bij naaldhout wel ziet. Ook de geur is mild. Vers gekloven elzen heeft een opvallend oranje tot roodbruine kleur, die na het drogen lichter wordt.
Elzen in de vuurkorf op het terras
In een vuurkorf of vuurschaal doet elzen het goed als aanmaakhout en als hoofdbrandstof voor een kortere avond. Begin met wat dunne stukken en aanmaakwol, leg er daarna twee of drie blokken kruislings op zodat er lucht tussen blijft. Leg niet te veel tegelijk op: een rustig vuur met een paar blokken geeft meer plezier dan een hoge stapel die snel instort.
Zet de vuurkorf op een stabiele, onbrandbare ondergrond en houd afstand tot tuinmeubelen, kussens en parasols. Een meter of drie rondom is een redelijke vuistregel, bij wind liever meer. Kijk ook even naar de windrichting richting de buren, want ook droog hout geeft wat rook bij het opstarten.
Elzen in de houtkachel of open haard
In een kachel brandt elzen sneller op dan zwaardere soorten. Wie lang warmte wil, combineert het daarom met eiken, beuken of essen. Een werkwijze die vaak goed bevalt:
- start het vuur met dunne stukken elzen, zodat de kachel snel warm is
- schakel over op zwaarder hardhout zodra er een goed gloeibed ligt
- gebruik elzen weer om het vuur kort op te halen als het te ver terugzakt
Zo profiteert u van de snelle ontbranding van elzen en van de lange brandduur van zwaar hout. Laat de kachel niet stikken met de luchttoevoer helemaal dicht, want dan ontstaat er meer rook en roet in het rookkanaal.
Droog genoeg is de belangrijkste voorwaarde
Elzen droogt relatief snel, maar vers hout bevat veel water. Stook alleen hout met een vochtpercentage onder de twintig procent. Met een eenvoudige vochtmeter controleert u dat op een vers gekloofd vlak. Te nat hout sist, rookt en geeft weinig warmte, omdat de energie opgaat aan het verdampen van water.
Bewaar het hout onder een afdak of in een houtrek, met de zijkanten open zodat de wind erdoorheen kan. Leg de onderste laag niet direct op de grond maar op balkjes of een pallet. Zo blijft de voorraad droog en houdt u de hele herfst en winter bruikbare blokken bij de hand.
Hoeveel elzen u nodig heeft
Omdat elzen sneller opbrandt, gaat u er per avond iets meer van gebruiken dan van eik of beuk. Voor een vuurkorf op een gewone avond is een mand of krat vaak genoeg, voor de kachel in een koude periode rekent u ruimer. Wie elzen haardhout vooral als sfeerhout en aanmaakhout gebruikt, komt met een kleinere voorraad toe en kan voor de echte warmte een zwaardere soort aanvullen. Bij een webwinkel als Openhaardhout XL wordt elzen haardhout als aparte soort aangeboden, zodat u het gericht naast een zwaardere houtsoort kunt bestellen.
Elzen is dus geen vervanger voor zwaar hardhout, maar een prettige aanvulling. Het maakt de start makkelijk, geeft een mooie vlam en past goed bij avonden waarop u vooral even buiten wilt zitten.


